SOS Langs de lijn

          voetbalmats                  

Onze zoon die op bovenstaande foto 3 jaar is, zit inmiddels in de F-jes van de plaatselijke RKSV. Het afgelopen weekend wonnen de mannetjes ruim van de buren uit Vught.
Leuk toch? Dat zou je denken, maar ik betrapte mezelf erop dat ik het helemaal niet zo leuk had gevonden. Aan de overkant van het veld stond een vader te coachen, ongetwijfeld met de beste bedoelingen, maar ik denk dat de 8-jarige Roderick, Devano en Floris (gefingeerde namen) een fijn sporttrauma aan het ontwikkelen zijn. En ik merkte aan mezelf dat ik meer bezig was met de coaching van de tegenstanders, dan aan de wedstrijd op zich.
Steeds ging in me om: moet ik hier iets van zeggen? Ligt het aan die beste papa of is het mijn enorme ochtendhumeur dat dit niet kan handelen? Moet ik hem filmen en laten zien hoe dit eruit ziet? Of moet ik dit laten gebeuren en gaat het mij geen zak aan? Ik vermoed het laatste maar gooi tips op me als je er anders over denkt.

Natuurlijk hoorde ik al wel eens van hooliganisme langs de lijn of tegenwerkende ouders tijdens het seizoen. Sterker nog: ik werd een paar jaar geleden gebeld door een vriendin. Of ik training kon komen geven, ze had niemand die het een paar keer van haar kon overnemen. Ik heb het hier over een hockeyteam van 13 kinderen. Maak zelf de rekensom: 13 x 2 ouders en dan inclusief scheidingen en nieuwe partners is er NIEMAND beschikbaar die van 18.00-19.00 op woensdag een training kan verzorgen???  

Inmiddels loop ik ruim een jaar rond op de voetbalclub en is het gedrag van ouders nog erger dan ik dacht. En als we het nou over de minderheid hebben… Maar nee. Best veel ouders zijn zo. Wat is nou de definitie van het woordje “zo”, in voorgaande zin?
In mijn beleving is dat: overbeschermend, talentoverschattend, ongeïnteresseerd, pessimistisch en vingerwijzend.

Ik maak het gedrag van ouders even concreet.
1. Ouders die op hoge poten naar een coach gaan omdat hun kind op een andere positie moet spelen.
2. Ouders die hun kind droppen op het sportveld en vervolgens hulpvragen van coaches keihard negeren terwijl er niemand beschikbaar is om een training te verzorgen.
3. Ouders die hun kind aanmoedigen in termen als: ‘dat is toch geen slag/schot/worp?’ Die (waargebeurd) tegen kinderen uit groep 4 roepen “waarom spelen wij zo timide jongens?”
En dat allemaal met een volume waar je op een festival oordopjes voor krijgt aangemeten. De armgebaren en non-verbale communicatie heb ik nog niet eens meegenomen in dit betoog. En dan de talrijke veertigers die een scheidsrechter van amper 16 jaar (we hebben het hier over een kind!!!) niet bepaald rustig bejegenen als het scheidsrechtertje fouten maakt.
4. Ouders die vinden dat hun kleine Messi, Naomi van As of Kiki Bertens niet ontdekt wordt want de trainingen zijn niet op niveau.
5. Ouders die het niet eens zijn met de teamindeling en daar verandering in eisen  “mijn kind kent niemand in dit team. Hij moet naar een ander team en anders haal ik hem van deze club af”.

Ik zou zeggen: succes later, als je met je kind mee moet naar de werkvloer omdat die nieuwe collega niet bevalt. Of dat je later moet helpen om die gewenste promotie op het werk te onderbouwen.
Want in mijn optiek moet sporten leuk zijn, maar is het óók dit. Hoe we kinderen kunnen voorbereiden op het echte leven. Kijk maar naar de voorbeelden.
1. Omgaan met tegenslagen of samen een oplossing bedenken.
2. Iets doen voor een ander. Bijvoorbeeld een keer de training overnemen. En nee, je weet misschien niks van de sport, maar ik mag toch hopen dat verstand van opvoeden aanwezig is. Voor die ene keer dat de trainer niet kan kun je best met 1 of 2 ouders wat fixen. Ik zal helpen. Wat heb je nodig?
Een bal en een fluitje. Laat ze een uur partijtje doen. Desnoods een halfuur.  Je doet je kind op een sport en dat vraagt soms ook iets van jou. Al is het maar POSITIEF meedenken.
Een vereniging is geen winkel waar je een product of dienst koopt!
3. Dat je thuis of op het werk geen leuke week had hoef je op zich niet op je kind af te reageren.
4. Realiteitszin. Nee, jouw kind komt niet in het Nederlands elftal. Uitzonderlijk talent wordt hoe dan ook gescout dus maak je geen zorgen.
5.Kennis laten maken met andere kinderen en ervaren dat vooroordelen (meestal) niet kloppen.

En ik snap echt wel dat in sommige situaties ingrijpen van ouders gewenst is. Maar ik durf te stellen dat in 75% van de gevallen dit niet nodig is, en dat kinderen er op alle vlakken niet beter van worden.

Ik dacht een paar jaar geleden dat het allemaal wat overdreven was, dat die talrijke verhalen en columns wat aangedikt waren. Maar het is net als met het programma de Luizenmoeder: pas als je in zo’n situatie zit weet je dat het allemaal gebaseerd is op waargebeurde verhalen.

Ik zou zeggen: klaag aankomende zaterdagochtend met elkaar over de schrijfster van dit stukje, dan kunnen de kinderen zonder geschreeuw vanaf de zijlijn sporten.
Voor nu is mijn frustratie van me afgeschreven en kan ik zaterdagochtend weer genieten van de voetbalprestaties van de lokale F1.
We mogen wederom tegen de buren uit Vught, weliswaar tegen een ander team.
En wij hanteren weer dezelfde tactiek. Kinderen in het veld zetten, af en toe een veter strikken en wat tips geven, en verder laten we ze het een heel eind zelf uitzoeken.
Geen tactiek, geen middenveld, geen 3-2-2. Het is een soort speeltuin-opstelling, en daar komen we tot nu vrij ver mee.

 

Advertenties

Boze veertigers in mijn mailbox in 3,2,1…

wijn-en-pillen-35954976

 

 

Afgelopen zaterdag hadden we een feestje. De jarige mocht meer dan 40 kaarsjes uitblazen en dat is reden voor een feestje en bovendien een goed plan om de 50e verjaardag stilletjes te laten passeren.
Voor al mijn volgers onder de dertig (hoi 3 volgers) een inkijkje in wat jullie later te wachten staat.
Feestjes die de doelgroep 40+ hebben verlopen meestal als volgt:

Fase 1: Living LinkedIn
Onder het genot van een wijntje of een kopje koffie (OMG) worden aan het begin van het feest de laatste carrièrenieuwtjes besproken. Hoe is het op de zaak/in je nieuwe baan/ met je eigen bedrijf/ op de arbeidsmarkt?
Interessante gesprekken, want best veel mensen – niet iedereen, rustig maar –  uit deze leeftijdscategorie loopt rond met een gevoel van ‘is dit het nou?’
Dertigersdillemma move over, het veertigers-verjarings-gevaar is de nieuwe mindfuck . Ik kom hier nog op terug.  Na 30 tot 90 minuten zijn ideeën en vacatures uitgewisseld en valse beloften gedaan.
En is mijn vriendelijk doch dringend verzocht of ik weer eens een blogje kan schrijven.
Door naar Fase 2

Fase 2: Scheiden is het nieuwe samenwonen
Ik werk eventjes wat statistieken uit.
Ben je 20, dan krijgt iedereen een soort van verkering. Tussen de 25 en de 30 gaat men samenwonen. Rond de 30 wordt er getrouwd of worden andere juridische dingen vastgelegd.
Vanaf de 30 komen er soms kinderen, ook wel de liefdevolle tropenjaren genoemd.
En vanaf de veertig beginnen de scheidingen toe te nemen. Sterker nog; iemand op het feestje vroeg me ‘Hebben jullie eigenlijk nog scheidingen in de vriendenkring?’
Dus in de tweede fase op de feestavond worden de vreemdgangers even besproken, worden scheidingen doorgenomen en gaan de namen van goeie advocaten en mediators rond.
Veel gehoorde zin ‘Ik dacht dat ze zo gelukkig waren…’.
Conclusie: vanaf 40 begint het echte grote-mensen- leven. Er wordt lichtelijk jaloers teruggedacht aan de dertigers-issues. Nu komen de thema’s des levens opzetten hoor. Evenals het alcoholpercentage in het bloed.

Fase 3: Dansen
Ik weet het nog goed van best lang geleden. Mijn zusje en ik mochten mee naar een 12,5-jarig huwelijksjubileum.  Zaten wij met neefjes en nichtjes aan een tafeltje, ZONDER SMARTPHONE, en keken naar hoe ‘de oude mensen’ gingen dansen.
Nu zie ik ook oude mensen dansen.  Jasje uit, dasje los, pumps weg, dansschoenen aan, realisme uit.
Voor mijn gevoel had ik iets minder gedronken dan de rest van de aanwezigen. Die overmoed heb ik vaker en is de voorbode van een kater-des-doods, weet ik uit jarenlange ervaring.
Dus ik sta aan de zijkant te kijken en heb enorme spijt dat ik ben gaan bloggen in plaats van vloggen.
Een van de vele hoogtepunten deze avond was een voor mij onbekend nummer uit de speakers waarop ik kon zeggen ‘ik ben hier echt te jong voor.’ Over overmoed gesproken.
Ik wil wel even zeggen dat ik het heel gaaf vind dat mensen zo hun voetjes van de vloer laten gaan. Maar echt!

Fase 4: Body to Body

Deze generatie heeft nog best wat rokers. Althans op dit feestje. Dus wat krijg je dan voor gesprekken als je eventjes buiten staat te roken met een paar veertigers? Bodyshaming. Vrouwen laten hun steunkous-achtige panty zien (zit blijkbaar heel fijn), er wordt gemijmerd en geoordeeld over een ooglidcorrectie en er is discussie of je de aanwezige vetrollen wel/niet moet omarmen en de zwaartekracht wel/niet moet accepteren. Verder worden mislukte ingrepen genadeloos afgemaakt. ‘En heb je al gehoord dat zij…(vul willekeurige plastisch chirurgische ingreep in) heeft laten doen? Ik zag het op het schoolplein ja. Mooi/lelijk/goedkoop zeg!’
Lang leve wonen in een dorp.

 Fase 5: dansen deel 2
Hoogmoed komt voor de val is nu wel echt aan de orde.
Er valt af en toe een glas op de grond want vasthouden wordt al wat lastiger. Er zijn mensen die denken dat ze nog kunnen “gabberen/hakken” maar het lijkt meer op opnieuw leren lopen na een kruisbandoperatie.
De veertigers gaan ‘de twist’ doen. En uit hun dak bij Why tell me Why van Anita Meyer.
En ik vond het trouwens nog een hoogtepunt dat iemand dit nummer aangevraagd heeft als ‘First I was afraid’ van Anita Meyer.
Blijkbaar begint verwarring al best wel snel na je veertigste.

 

Fase 6: this is the end my friend
Oke dan. Zwalkend naar de bakfietsen (uiteraard een bakfiets ja).
Gesprek: ‘Kun je even bijschijnen want ik krijg het cijferslot niet open. Zonder leesbril godverdomme niet te doen.’

Fase 7: Never nooit meer
Kater. Duurt tegenwoordig drie dagen.

Wat denk ik wel niet?
Ik heb dit allemaal van horen zeggen en zien gebeuren trouwens, ik ben namelijk nog een dertiger! Kijk nu al uit naar alle reacties van veertigers die mij komen overtuigen dat ze tal van festivals aflopen en drugs de nieuwe witte wijn is.
Weet ik toch al lang…
De ene week uit de plaat op Mysteryland/Pinkpop met (voor sommigen) wat hulp van de pret-apotheek en de week daarna een veertigersfeestje onder het genot van twee flessen witte wijn per persoon. Best of both worlds.
Dank voor een heel erg tof feestje J&W, en jammer dat wij het einde niet konden meemaken. We moesten de oppas aflossen. Dertigers-dingetje.

 

 

Proost, op het leven!

cheers

 

 

Met natte ogen in de kantine van een voetbalvereniging kijk ik om me heen. Er wordt gedronken op hem, ook wel bekend als Zwitserland. Er wordt verdronken in tranen.
Grote mannen worden vandaag voor even kleine jongens, en de kleinste jongen wordt een grote vent. Hij lijkt op z’n papa. Wordt omringd door vriendjes, zoals ook hier talloze vrienden van zijn vader staan.

We proosten op het leven van z’n papa. We nemen ons voor dat we godverdomme nu van elke dag gaan genieten. We zoeken troost bij elkaar, en zeggen tegen elkaar dat het ‘goed is zo’.
En dat is voor een deel waar, maar voor een nog groter deel een leugen. Want het ís niet goed zo. Het is oneerlijk, intens verdrietig: Zwitserland, met bergen humor, wordt van ons weggenomen.

Familie huilt, vrienden gaan stuk en kennissen laten hun tranen de vrije loop.
En in deze cocktail van tranen gemengd met bier (want proosten doen we ‘zoals hij het gewild had’) en emoties staat Zij. Zijn partner in een onwaarschijnlijk liefdesverhaal.
Een verhaal waar de essentie van liefde niet duidelijker kan zijn. Waar keuzes werden gemaakt die bewonderenswaardig zijn, waar twee mensen elkaar vonden als nooit
tevoren.

Ze staat rechtop, schudt handjes en troost anderen. Ook nu is zij een steun en toeverlaat, zoals ze er voor hem was de afgelopen periode.
Met hulp van familie en vrienden flikte ze het om een afscheid neer te zetten waar iedereen hem in herkende. Een uurtje geleden hield ze een speech waarin elk woord klopte, raak. Met een glimlach en een traan lieten wij, de gasten op dit feestje van verdriet, het over ons heenkomen.

Gelovig (of hopend?) als ik ben stel ik me voor dat ie kijkt vanaf een wolk of whatever.
Dat ie om ons moet lachen, dat ie blij is dat we een ‘sappie’ op hem drinken en dat ie trots is op ons allemaal en in het bijzonder op haar.
Wat zijn we dankbaar dat we hem gekend hebben. Wat zullen we er zijn voor haar en de verdere familie. En voor zijn evenbeeld, zijn mini-me, die over een jaar of 15 soms vervloekt zal worden door zijn moeder. Die in deze zelfde kantine ongetwijfeld omringd door vrienden een biertje na de training drinkt en de appjes van moeder negeert. Waar kennen we dit verhaal toch van?

Wat gaan we lachen om de herinneringen en wat gaan we huilen om het gemis. Maar wat gaan we trots zijn op dit liefdesverhaal, op een uniek maar oneerlijk gevecht. En om met een lach af te sluiten (want hij zou me uitlachen als ik dat niet deed); wat gaan wij vanaf nu op 4 oktober aan haar denken.
Proosten op leeuwinnen en pitbulls……

 

In memoriam: Andre Meijndert

SOCCERMOM

SOCCERMOM

 

INFORMATIE VOORAF
Man/papa a.k.a. de veldtrainer
Voetbalverleden: ja
Sterke punten: kopsterk, tactisch inzicht, enthousiast, ochtendmens, trainersdiploma op zak
Zwakke punten: blessuregevoelig, kan als speler niet tegen zijn verlies
Motto: het zijn nog pupillen, die moeten het vooral leuk vinden en dan komt het winnen vanzelf.

Ik/mama a.k.a. de manager
Voetbalverleden: ja. Heel veel wedstrijden gezien
Sterke punten: tactisch inzicht, pedagogiek-diploma op zak, kan goed omgaan met verliezen
Zwakke punten: geen ochtendmens, gebrek aan techniek (eigenlijk bij alle sporten )
Motto: de derde helft is ook belangrijk.

Afgelopen juni besloten we na enkele smeekbeden van onze zoon Mats dat we hem opnieuw zouden aanmelden bij R.K.S.V Boxtel (BOC). Opnieuw ja, want al eerder voetbalde hij daar bij de mini-mini’s, zie foto. Zijn deelname kenmerkte zich destijds door bloemen plukken, trainers die ‘m uit de speeltuin moesten halen en het kijken naar vliegtuigen. Na één seizoen stopten we ermee. Maar vanuit het niets kwam er passie voor voetbal. En dus melden we hem weer aan en werd hij ingedeeld in de F2. Tegenwoordig heet dit jongens onder 8.

Voor de JO8 2 werd nog wel een coach en een trainer gezocht en gezien het feit dat we hier thuis een afgestudeerd trainer hebben was het logisch dat er vanuit BOC gevraagd  werd of er interesse was.  En dat was er.  Naast Mats zou dus ook mijn man 3 x per week naar de voetbalclub gaan. O ja, op een “paar zaterdagen” na dan, want i.v.m. werk  zou hij dan niet aanwezig kunnen zijn.
Om te beginnen al de eerste wedstrijd.  Ik beloofde dat ik die wedstrijd voor mijn rekening zou nemen en het technisch hart van BOC ging hiermee akkoord.
Echter………..Omdat de afdeling planning & communicatie in dit huishouden faalde ontstond er een ‘probleem’.  Want er bleken toch íets meer wedstrijden te zijn die ingevuld moesten worden. Door mij.

Maar geen vraagstuk te groot hier, het echtpaar van der Hoeven zou samen de JO8 2 wel gaan leiden. Dat ik op mijn wedstrijddagen ook onze 3-jarige mee moest nemen was geen probleem werd gemeld vanuit het technisch hart. ‘Er zijn genoeg ouders langs de lijn die kunnen helpen.’
De praktijk: we werken om precies te zijn volgens Engels model. Ik ben de manager en hij is de veldtrainer. Ik ben volgens mij ook bij machte om hem te ontslaan. Maar de trainingen verlopen prima en er is nog geen onrust binnen het technisch hart. ‘We staan allemaal achter de trainer.’

De eerste wedstrijd dan. Om 08.15!!! moesten we verzamelen. Het zou wel handig zijn als ik iets eerder aanwezig zou zijn, werd in de groepsapp getipt door ervaren voetbalmoeders. Ik moest tassen halen, ballen gaan zoeken en als coach mag je uiteraard niet als laatste aan komen zetten.
Maar wow: 08.15 mensen. En soms zelf nóg vroeger. Ik zal het je sterker vertellen; 08.15 is een prima tijd heb ik begrepen.  (Laat in de reacties de vroegste vertrektijd achter en de winnaar geef ik een bidon).
Dat is dus op zaterdagochtend om 07.15 je wekker zetten. Ik heb even gezwaaid naar mijn sociaal leven op vrijdag.

De bewuste zaterdag rende ik om 07.55 het huis door.
Op zoek naar scheenbeschermers, mijn portemonnee en altijd weer die autosleutels .
Met een kop koffie in de hand toch nog even op de telefoon kijken in de voetbalgroepsapp.  Er stond dus 08.15 VERTREKKEN. Aanwezig zijn is iets anders dan vertrekken weet ik inmiddels.
F#ck.

Ik: ‘jongens opschieten, we moeten gaan anders komen we te laat.’
Hij van 7 verschrikt: ‘Ik weet niet waar ik mijn voetbalschoenen heb gelaten.’
Zij van 3 jengelend: ‘Ik wil niet voetballen.’
Ik van 38 geïrriteerd: ‘Jij mag kijken, mag jij mama helpen met de ballen dragen, leuk hé?
En jij Mats van der Hoeven hebt binnen tien tellen je schoenen aan of je gaat op JE SOKKEN VOETBALLEN!! Hoe vaak heb ik nou al gezegd (bla bla bla).’
Ja de sfeer zat er goed in.
Ongeveer 2 uur later stapten de kinderen van JO8 2 het veld af na een wedstrijd die voor de thuisspelende en de neutrale supporter een lust voor het oog was. Ik bedoel; 19 doelpunten in 40 minuten!
Specificatie: slechts 2 van de doelpunten kwamen op naam van BOC.
Mats speelde (hoewel zonder scheenbeschermers want die waren we vergeten…) alsof zijn leven ervan afhing.

Maar ook al is het vroeg : het is echt genieten om die kleine mannen te zien spelen. Ze doen een groepshug voor de wedstrijd, ze juichen als Ronaldo en Messi en de meeste kinderen zijn nog van het positief denken. ‘ Met 17-2 verloren…maar wel 2 goals gemaakt!!!’
Die van ons had een klein beetje moeite met het verliezen van een wedstrijd. Zit in de genen.

‘s Avonds praten de veldtrainer en ik nog even na. Over hoe we alle neuzen weer dezelfde kant op krijgen en of we misschien in een ander systeem moeten gaan spelen.
Voor aankomende zaterdag**** gaat de veldtrainer aan het roer staan en ga ik gewoon aanmoedigen. Geheel vrijwillig om 07.15 mijn bed uit. Want ik heb echt genoten en een nieuwe hobby!

Met sportieve groet,

Soccermom

PS 1. ***  ik schreef dit stukje 2 weken geleden.
De actualiteit, we wonnen afgelopen zaterdag onder leiding van echtgenoot a.k.a de veldtrainer dus met 7-2  .
Alle ouders en kinderen blij, en Mats was euforisch. Deze euforie was echter van korte duur.  Tijdens de afgelopen training is gebleken dat ‘omgaan met tegendoelpunten’ toch best een hele grote uitdaging is voor Mats. En dit is het understatement van het jaar.
Morgen mag ik weer coachen. Met flink wat wissel-coördinatie, een peuter die mee gaat kijken en een hele, hele, hele fanatieke zoon in het veld wordt het een mooie uitdaging…
Als we verliezen dan blijven jullie toch wel achter de manager staan?

PS 2. Nog even een uitleg waarom ik dit stukje 2 weken geleden schreef en nu pas plaats. Ik heb het best wel druk. Onder andere met schrijven voor  ‘DIT’ magazine. Naast mooie, informatieve artikelen en interviews zou ook zo’n stukje als hierboven prima in dit nieuwe magazine kunnen komen. Samen met een leuk team van vormgevers en schrijvers (volg Dolf van Aert bij VI/AD Sportwereld en Linda van de Wiel op social media voor meer… ) maken we iets heel tofs!
Kijk even op www.magazinedit.nl

Einde van de zendtijd voor tekstschrijvende partijen.

DE OPPAS

DE OPPAS

Column in de MooiBoxtelKrant gemist? Voor alle fans buiten Boxtel-City: bij dezen.

Zo af en toe hebben wij oppas aan huis. Avondje uit, sporten of een ander soort afspraak? Een batterij aan hulptroepen wordt ingeschakeld.
De kinderen zijn fan van de oppas dus die vinden het vooral feest als één van de meiden komt.
Ook wij zijn blij want de kids zijn in goede handen zodat wij volop kunnen genieten van bijvoorbeeld een feestje.
Eenmaal op het feestje drinken we een glas wijn, nog een glas wijn, nog een glas wijn, ja schenk maar bij want weggooien is zonde, enzovoort.
En dan rond de afgesproken eindtijd fietsen we weer richting huis. Je voelt dan een beetje dat je íetsje te veel alcohol hebt gedronken en dan moet je naar binnen, een tiener onder ogen komen.
Op de oprit zeggen we nog even tegen elkaar: ‘even normaal doen nu!’
En in sommige gevallen onderhandelen wij ondertussen wie de oppas naar huis brengt.

Wanneer je binnenkomt is het alsof je weer 16 bent. Dat je na het uitgaan bij je ouders binnenkwam en het spelletje ‘ik ben nuchter’ speelt. Dat je een toneelstuk opvoert waar zelfs de gemiddelde peuter doorheen prikt. Dat je vroeger zei (zonder je ouders aan te kijken): ja was leuk, maar ik ga naar bed en dan rechtstreeks naar boven. Maar dat gaat niet met een oppas.
Je moet toch een soort gesprek voeren want het is ook zo raar om het geld neer te leggen en naar boven te strompelen terwijl de oppas nog niet weg is.
En dan gebeurt er iets raars met mij. Want ik denk dan: ‘als ik nou een gesprek voer, dan lijkt het vast alsof ik nuchter ben.’ Dat gaat dan ongeveer zo, en je moet de spraakmoeilijkheden er even zelf bij denken.

‘Alles goed gegaan?’
‘Ja hoor, de kinderen zijn prima gaan slapen.’
‘Oh fijn. Hoe is het trouwens met jullie pap en mam?’
‘Ehm, ja wel goed hoor.’
‘Mooi. En alles op school ook goed? Nog proefwerken?’
(Ondertussen ga ik tegen de tafel hangen want een beetje houvast is dan wel zo fijn.)
‘Ja, op school gaat het prima.’
‘Fijn. Heb je een nieuwe jas trouwens? Echt leuk!’
‘Ja. Dat zei  je toen straks ook al.’

De oppas heeft zogezegd haar jas aan en dan ga ik nog even met mijn mistige hoofd moedertje spelen want hé, ik denk ook overal aan als nuchter persoon!
‘Heb je je oplader van je telefoon? (Dit is echt de meeste debiele vraag die je aan een 15-jarige stelt.)
‘Ja, heb ik.’
‘Mooi zo. Wel uitkijken op de fiets, je licht doet het toch wel?’ (WTF! Stop. Met. Praten.)
‘Nou, mijn moeder komt me ophalen dus…’ (Dit wist ik eerder op de avond al).
‘Och ja. Ik ben nogal vergeetachtig de laatste tijd. Haha. (Maak daar maar gewoon het laatste uur van.)

Oppas verdwijnt door de voordeur, de nieuwe afspraak is alweer gemaakt en ik kijk triomfantelijk naar mijn man. ‘Ging best goed toch?’
Hij kijkt me dan meewarig aan. ‘Ja Car. Ging weer prima…’

Avondmens zoekt hulp en inspiratie

Avondmens zoekt hulp en inspiratie

Onderstaand stukje over avondmensen schreef ik voor de MooiBoxtelKrant. De deadline voor komende week is alweer in zicht en nu is er een writersblock van formaat dus gooi onderwerpen naar me! Voor diegene die ‘m gemist heeft (of niet in Boxtel woont) lees hieronder nog de column van de vorige keer…

 

 

 

Er zijn ochtendmensen, en er zijn avondmensen. Dit fenomeen is wetenschappelijk aangetoond, het heeft iets te maken met je biologische klok maar ik ga jullie daar niet mee lastigvallen.

Zelf behoor ik tot de groep mensen die in de avonden de hele wereld aankunnen.
Een paar voorbeelden. Om 23.30 haal ik mijn man (ochtendmens pur sang) nog over om ‘please nog één aflevering’ te kijken van onze favoriete serie op Netflix.
Ook zit ik met regelmaat  zo rond middernacht nog achter de laptop een interview uit te werken of een ander stuk tekst te (her)schrijven. O ja, en moet er iets gebeuren in huis? Doe ik wel, na 20.00uur dan.

Gevolg van het zo laat naar bed gaan is dat de ochtenden een drama zijn. Ook bij vroeg naar bed gaan trouwens.
Ik ‘snooze’ mezelf een ongeluk en heb werkelijk álles al klaargelegd voor de kinderen, want elke minuut die ik langer in mijn bed kan liggen is winst. En als ik dan eindelijk met pijn en moeite mijn bed uitkom dan ontstaan er gegarandeerd problemen. Ik heb namelijk precies uitgerekend hoeveel tijd ik nodig heb om mezelf en de kinderen aan te kleden, hun ontbijt te maken, het ook daadwerkelijk op te eten, het  lunchpakket te maken en de jassen aan te trekken.
Voor deze strakke planning is er wel één belangrijk aspect dat nodig is om ‘operatie ochtend’ te laten slagen; meewerkende kinderen. En daar gaat het af en toe fout.
De gymtas is kwijt, er is drama omdat de boterham pitjes heeft, peuterdochter wil andere jas aan en toch weer niet, huissleutels zijn weg (meestal gewoon in de deur) en met stip op één voor de middelvinger; de schoenveters van onze oudste zoon zitten in de knoop omdat hij er de avond ervoor te hard aan heeft getrokken.
Ik vloek binnensmonds, ik vraag hoe vaak ik nog moet zeggen dat die veters zo  niet moeten worden losgemaakt, ik loof een beloning uit voor het kind dat mijn sleutels vindt en uiteindelijk springen we te laat op de fiets of in de auto  waardoor mijn zoon het schoolplein op racet om tóch op tijd in de klas te zijn. Het leuke hieraan is wel dat jullie mij over 20 jaar bedanken omdat Nederland weer eens een medaille haalt op de 100 meter sprint.

Gelukkig is mijn lieve echtgenoot twee ochtenden in week thuis omdat hij een late dienst heeft.
Hij stapt fluitend uit bed, neemt een koude douche (koekoek) is bijna altijd ruim op tijd op het schoolplein, heeft koffie gezet voor als de zombie naar beneden komt, en is ontzettend productief.
Hij weet dat hij me even een uurtje met rust moet laten en doet dat graag. Ook en vooral uit eigenbelang.

Goed. Het is inmiddels 23.00 dus met jullie goedvinden klap ik nu de laptop dicht en ga ik alles klaarzetten voor morgenochtend. Of misschien ga  ik toch nog één aflevering op Netflix kijken…

Tennis met Materazzi

Tennis met Materazzi

Terwijl ik dit schrijf zit ik op een barkruk achter de bar op het tenniscomplex. Ik heb bardienst en had mijn laptop meegenomen zodat ik kon werken  maar geheel tegen mijn verwachtingen in blijkt donderdagochtend 10.00 uur een populair tijdstip om te tennissen. Het is dus te druk om geconcentreerd te werken, maar rustig genoeg om er dan maar even een blogje uit te gooien. Tennis heeft namelijk hele rare gedragsregels en etiquette waar ik mezelf elke week weer over verbaas en jullie wel eventjes in mee wil nemen….

Sinds enkele weken zit ik zoals sommige mensen in Brabant zeggen; ‘onder’ tennis.
Om precies te zijn de categorie ‘Dames Dubbel 35+’. Na een lang traject van lessen acht ik mezelf in staat om alles en iedereen uit Boxtel e.o. van de baan te rammen.
In het verleden heb ik altijd gehockeyd, en qua speelstijl en mentaliteit zie ik mezelf als de ‘Marco Materazzi’ van het hockeyveld.
Op YouTube zijn aardig wat beelden te vinden van de fluwelen techniek van deze man maar voor wie hem niet kent: de fair play award heeft ie nooit gewonnen zeg maar.

En nu zit ik dus met deze mentaliteit op tennis. Niet. Te. Doen.
Een klein voorbeeld om een -in mijn ogen- belachelijke etiquette op de tennisbaan te illustreren.
Tijdens mijn allereerste wedstrijd vraagt, en i kid you not, mijn tegenstandster wat mijn naam is want: ‘wel zo handig bij de complimentjes hihi’.
Enig, iemand met dezelfde sarcastische humor’ dacht ik nog. Maar het schijnt dus bij tennis normaal te zijn om je medespeelster (bij dubbelen) én je tegenstanders heel veel te complimenteren.
En dit gaat zo tegen mijn principes in. Uiteraard wil ik voor en na de wedstrijd best wat gezelligheid en beleefdheden uitwisselen maar welke kakker heeft bedacht dat de tegenstanders elkaar TIJDENS de wedstrijd heel veel complimentjes gaan geven?!? Ik sta daar om te winnen en niet om het zelfbeeld van iemand te doen verbeteren.
In een heel extreem geval wil ik uiteraard best een compliment geven hoor, maar in de dames 35+ competities komen geen wonderschone lobjes en dat soort trucjes voor. En dus ben ik die asociale die de hele wedstrijd d’r mond houdt.

Terug naar onze allereerste wedstrijd. Na 6-0 6-0 in ons voordeel lopen mijn dubbelpartner en ik naar elkaar toe en mijn teamgenoot kust mij om me te bedanken. Vond ik raar, maar haar ken ik tenminste nog.
Want 30 seconden later staan we bij het net en geeft de tegenstanders ons drie zoenen.
En ik kan daar he-le-maal niets mee.  Oké, wat moet dat moet dus vóórdat we met z’n allen gaan eten (ik kom hier nog op terug) kus ik vrij ongemakkelijk twee vreemde vrouwen.
Na de wedstrijd vervolgen we onze weg naar het clubhuis, en ik vond het bij hockey een prima regel dat het thuisspelende team een drankje betaalt voor de tegenstanders en ze succes wenst voor het verloop van de competitie en dan ‘houdoe en bedankt’.

Doet men bij tennis iets anders. We gaan met z’n allen (twee teams; zo’n 8 personen) aan een tafeltje zitten. Het thuisspelende team verzorgt hapjes en dan lekker gezellig met vreemde mensen Franse kaas wegwerken. En het zijn allemaal vrouwen waardoor de gesprekken gaan over het weer, over bevallingen, diëten (dus niemand eet  van de hapjes of men laat weten hoeveel suikers de Franse kazen bevatten) en o ja: onze allereerste tegenstanders voelden zich zo vrij om ook over hun fascinatie voor 18+ films te praten. Leuk. Mijn teamgenoten kijken mij dan veelbetekenend aan. ‘Ik voel een blog aankomen…’ Nou; ik voelde vooral plaatsvervangende schaamte opkomen.
Conclusie. Als je een hele slechte avond hebt ga je eerst dik verliezen, moet je daarna vreemde vrouwen zoenen, daarna met vreemde mensen hapjes eten, onderwijl luisterend naar allerlei details die je niet per se hoeft te weten.

Maar het kan ook zijn (meestal eigenlijk) dat je een hele leuke avond hebt. Dat je lekker speelt, dat je hartstikke leuke tegenstanders ontmoet  en dat het eten geweldig is.
Ik zie het maar als een sociaal experiment en doe inspiratie genoeg op voor artikelen en blogjes.
En misschien leest iemand van de tennisbond of –vereniging dit en was dit mijn allerlaatste bardienst in verband met het overtreden van de compliment-etiquette.
Marco Materazzi zal ongetwijfeld trots op me zijn.